DocumentatieU bevindt zich hier: Home | Documentatie | Voltagrip ModLink
Voltagrip ModLink
Installatie en gebruik van de Voltagrip ModLink: de draadloze Modbus-verbinding tussen de kWh-meter, het EMS en de omvormers. Stap voor stap via het display en de lokale pagina, met de technische gegevens en de regels die erbij horen.
Voltagrip B.V.Handleiding versie 2026-10Type VG-ML1Firmware 0.9.5 en nieuwer
Deze handleiding is voor de installateur die de Voltagrip ModLink plaatst en in bedrijf stelt, en voor de gebruiker die wil weten wat het apparaat doet. Ze geldt voor de ModLink type VG-ML1 met firmware 0.9.5 of nieuwer. Met nieuwere firmware kunnen schermen en teksten iets afwijken. De geldende versie staat altijd op voltagrip.nl/documentatie/voltagrip-modlink.
Lees eerst hoofdstuk 2, Veiligheid.
Bewaar deze handleiding bij de installatie en geef haar mee als de installatie van eigenaar wisselt.
Een woord in een kader, zoals OK of Koppelen starten, is een knop op de unit of een knop of veld op de lokale pagina.
Waarschuwing: gevaar voor personen of schade. Let op: zo voorkomt u een fout. Tip: handig om te weten.
De voorbeelden gebruiken een verzonnen netwerk: Central AAAA, Remote met meter BBBB en Remote alleen EMS CCCC. Uw units hebben een eigen id van vier tekens; dat staat op het label en rechtsboven op het display.
2. Veiligheid
Waarschuwing Achter de deksel zit 230 V. Laat de ModLink aansluiten door een vakbekwame installateur, volgens NEN 1010. Schakel de groep uit en controleer dat de draden spanningsloos zijn voordat u de deksel opent of iets aansluit.
Gebruik de ModLink alleen binnen, op een droge plek, bij +5 tot +40 °C (IP20). Niet buiten, niet in een vochtige ruimte en niet in de volle zon.
Monteer de unit vast aan de wand, met de antenne naar boven en de kabelwartels naar onder.
Sluit de unit aan op één voeding: 230 V~ op klem L en N, 5 V DC op klem 1 en 2 (hooguit 5,5 V, minimaal 3 A), of een USB-C-lader van minimaal 3 A.
De klemmen 1 tot en met 8 zijn voor laagspanning. Sluit er nooit 230 V op aan. Voer de 230 V-draden en de datakabels door aparte wartels.
Open de unit niet verder dan de deksel over de klemmen. Binnenin zitten geen onderdelen die u zelf kunt vervangen.
Gebruik alleen de meegeleverde antenne en verander de radio-instellingen (frequentie, zendvermogen) niet. Dat kan andere radioverbindingen storen en is niet toegestaan.
Houd minstens 20 cm afstand tussen de antenne en personen die er langere tijd in de buurt zijn.
De ModLink is geen beveiliging. Gebruik hem niet voor toepassingen waarbij de veiligheid van mensen of zaken van deze verbinding afhangt.
Valt de radioverbinding weg, dan zwijgt de ModLink: de omvormer ziet dan "meter weg" en het EMS "omvormer weg". Wat er daarna gebeurt, bepalen de omvormer en het EMS met hun eigen terugvalstand. Stel bij de omvormer in wat hij moet doen als de meter wegvalt, bijvoorbeeld bij een terugleverbegrenzing.
Houd het apparaat buiten bereik van kinderen.
3. Wat de ModLink doet
De Voltagrip ModLink.
De Voltagrip ModLink vervangt een RS485-kabel (Modbus RTU) door een radioverbinding op 433 MHz. Na het koppelen is die verbinding versleuteld. Er hoeft dan geen kabel te lopen tussen de meterkast en de omvormer. De ModLink doet twee dingen:
Meterwaarden naar de omvormer. Een omvormer met een eigen kWh-meter leest die meter normaal via een kabel. De Central leest de meter uit en stuurt de waarden naar de Remote. De Remote is voor de omvormer de meter. De omvormer krijgt zo, in zijn eigen ritme, gemiddeld elke 420 ms een verse meterwaarde.
EMS-tunnel. Het EMS, zoals een Voltagrip Lite, praat via de Central met de omvormers bij de Remotes, alsof ze met een kabel aan het EMS vastzitten. Leesvragen beantwoordt de Central uit een kopie. Schrijfopdrachten gaan naar de omvormer, en het EMS krijgt alleen het echte antwoord van de omvormer terug.
Voorbeeldopstelling: een Central in de meterkast, een Remote met meter bij de omvormer met accu en een Remote alleen EMS bij een tweede omvormer.
Elke unit heeft een rol. De rol bepaalt wat poort A en poort B doen.
Rol
Waar
Poort A (klem 3, 4, 5)
Poort B (klem 6, 7, 8)
Central (C)
bij de kWh-meter en het EMS
kWh-meter
EMS
Remote, met meter (R)
bij de omvormer met de meteringang
meteringang van de omvormer
EMS-poort van de omvormer (als het EMS die omvormer stuurt)
Remote, alleen EMS (E)
bij een extra omvormer
vrij
EMS-poort van de omvormer
Een netwerk heeft één Central en hooguit drie Remotes: één Remote met meter en daarnaast tot twee Remotes alleen EMS.
Op poort B van een Remote kunnen tot vier omvormers op één kabel.
Een nieuwe unit heeft nog geen rol. Het display toont dan de letter S; de unit doet dan nog niets.
4. De unit en het label
Voorkant en zijkant. Op de zijkant zit de typeplaat.
De ModLink van voren en van opzij. Maten in mm, zonder antenne en wartels.
Voorkant: het display met de knoppen OK en MENU ernaast.
Onderste deel: een deksel met een schroef. Daarachter zitten de klemmen en de schakelaars voor de afsluiting (SW1 en SW5). Onderaan zitten twee kabelwartels.
Bovenkant: de antenne voor de radioverbinding.
USB-C: voor de voeding (een lader van minimaal 3 A) en voor service door Voltagrip.
Op de unit zitten deze labels:
Label
Wat erop staat
Typeplaat
type VG-ML1, serienummer, voeding (230 V~ 50 Hz, max. 5 W, of 5 V DC), IP20, +5…+40 °C, radio (LoRa 433 MHz, WiFi 2,4 GHz) en de gegevens van Voltagrip B.V.
Unitlabel
de WiFi-naam van de unit (Voltagrip-ML-id), het wachtwoord en een QR-code om met de telefoon te verbinden
Rollenlabel
wat poort A en poort B per rol doen
Klemstrook en waarschuwing
de namen van de klemmen en "230 V achter deze deksel"
Let op Het wachtwoord op het label opent de unit: het WiFi-accesspoint en de lokale pagina. Houd het geheim en zet het niet op een foto die u deelt. Het wachtwoord staat ook op het display (scherm Netwerk). Een ander wachtwoord instellen kan niet.
5. Technische gegevens
Onderdeel
Gegevens
Product
Voltagrip ModLink, type VG-ML1
Afmetingen
69,9 × 145,4 × 45,0 mm (b × h × d), zonder antenne en wartels
Montage
aan de wand, alleen binnen
Voeding
230 V~ 50 Hz (klem L, N), max. 5 W; of 5 V DC op klem 1 en 2 (hooguit 5,5 V, minimaal 3 A); of USB-C (lader van minimaal 3 A)
Omgeving
binnen, +5 tot +40 °C, IP20
Radio
LoRa op 434,125 MHz (band 433,050–434,790 MHz), op de laagste vermogensstand van de radiomodule (hoofdstuk 22)
Versleuteling
AES-128-GCM met een sleutel per paar; koppelen met X25519 en een controlegetal, toevoegen met EC-JPAKE en een code van 10 cijfers
WiFi
2,4 GHz (802.11 b/g/n), voor de lokale pagina, updates en het Voltagrip-portaal. Bluetooth wordt niet gebruikt
Poorten
2 × RS485 (poort A en poort B), Modbus RTU, 8N1, 1200 tot 115200 baud (standaard 9600)
Afsluiting
120 Ω per poort, aan te zetten met SW1 (poort A) en SW5 (poort B)
Klemmen
veerklemmen, steek 3,5 mm, draad 0,14 tot 1,5 mm²
Modbus in de EMS-tunnel
lezen met functie 3 en 4 (hooguit 96 registers per vraag), schrijven met functie 6 en 16
Netwerk
1 Central, tot 3 Remotes, tot 4 omvormers per Remote
Bediening
OLED-display 0,96" (128 × 64), knoppen OK en MENU, lokale pagina in de browser
per unit een voeding: 230 V, of 5 V DC van minimaal 3 A (op de klemmen of via USB-C);
RS485-kabel met een getwist aderpaar voor A en B, bijvoorbeeld één paar uit een UTP-kabel, en waar mogelijk een derde ader voor GND;
een telefoon of laptop met WiFi;
van elke omvormer: het Modbus-adres en de snelheid van de EMS-poort, en van de meteringang het meteradres dat de omvormer verwacht (meestal 1);
een lijstje met per unit het id, de rol en de plek.
Plaats en bereik. Metaal dempt het radiosignaal: een metalen meterkast, een omvormerbehuizing of een betonvloer met wapening. Zet de units zo hoog en vrij mogelijk, met de antenne rechtop. Na het koppelen ziet u de signaalsterkte op het display (Status) en op de pagina (Netwerk). Een signaal van −90 dBm of sterker is ruim voldoende. Is het zwakker dan −100 dBm, zoek dan een betere plek voor een van de units.
Zo verloopt de installatie:
De units aansluiten (hoofdstuk 7).
De unit openen via het display of de lokale pagina (hoofdstuk 8).
Per unit de rol kiezen (hoofdstuk 9).
WiFi instellen; dat mag ook later (hoofdstuk 10).
De Central en de Remote met meter koppelen (hoofdstuk 11).
Eventueel een Remote alleen EMS toevoegen (hoofdstuk 12).
Omvormers op poort B instellen en testen (hoofdstuk 13 en 14).
Eindcontrole (hoofdstuk 15).
Tip De rol kiezen en het koppelen kan ook vooraf op de werkbank, voordat u de units monteert.
7. Aansluiten
De twee kabelwartels onderaan: van voren gezien links voor 230 V~, rechts voor de RS485-kabels.
De klemmen achter de deksel. Links 230 V~, rechts 0 V en 5 V, poort A en poort B.
Klem
Central
Remote met meter
Remote alleen EMS
L, N
230 V~ (L bruin, N blauw)
230 V~
230 V~
1 (0 V), 2 (5 V)
alleen als u 5 V DC (minimaal 3 A) gebruikt in plaats van 230 V
idem
idem
3 A, 4 B, 5 GND
kWh-meter
meteringang van de omvormer
vrij
6 A, 7 B, 8 GND
EMS
EMS-poort van de omvormer
EMS-poort van de omvormer
Schakel de groep uit en controleer dat alles spanningsloos is.
Draai de schroef los en neem de deksel eraf.
Voer de kabels door de wartels: de 230 V-draden en de datakabels door een aparte wartel.
Sluit de RS485-kabels aan: A op A, B op B, en GND op de GND (of COM) van het andere apparaat als dat er een heeft. Gebruik voor A en B de twee aders van één getwist paar.
Zet zo nodig de afsluiting aan (zie hieronder).
Sluit de voeding aan: L en N op de klem 230 V~, of 5 V DC (minimaal 3 A) op klem 1 en 2. Een USB-C-lader van minimaal 3 A kan ook.
Zet de deksel terug, draai de schroef vast en zet de wartels vast.
Schakel de voeding in. Het display toont het opstartscherm met de firmwareversie.
De andere kant van de kabel
kWh-meter: de RS485-klemmen A en B van de meter; welke klemmen dat zijn, staat op de opdruk van de meter. De Central leest de meter op adres 1 en 9600 baud. Stel de meter zo in als hij anders staat.
Omvormer, meteringang: de RS485-aansluiting waar normaal de kWh-meter op zit. Zie de handleiding van de omvormer.
Omvormer, EMS-poort: de RS485- of Modbus-aansluiting voor een EMS of monitoring.
Omvormer via de stekker van de wifistick: bij omvormers die dat ondersteunen (compatibiliteitslijst). Welke aders A en B zijn, verschilt per merk; vraag het bij twijfel aan Voltagrip.
EMS (Voltagrip Lite): de RS485-poort van het EMS op poort B van de Central. In het EMS stelt u de omvormers in zoals bij een kabel, met hun Modbus-adres (zie hoofdstuk 13).
Afsluiting (SW1 en SW5). Elke poort heeft een afsluitweerstand van 120 Ω die u aanzet met twee schakelaars: SW1 voor poort A en SW5 voor poort B. Beide schakelaars aan = afsluiting aan.
Zet SW5 aan als er twee of meer omvormers op poort B hangen. Gaat een van de omvormers 's avonds uit, dan houdt de afsluiting de kabel rustig voor de andere.
Zet de afsluiting ook aan bij een lange kabel (tientallen meters) als de ModLink aan het einde van die kabel zit.
Bij één apparaat op een korte kabel mag de afsluiting uit blijven.
Let op Zitten A en B verkeerd om, dan werkt die poort niet. De ModLink herkent dat en meldt het (zie hoofdstuk 14), maar draait het niet zelf om. Draai in dat geval de twee draden om.
Op de lokale pagina staat dit schema per rol onder Installatie, stap Aansluitingen. Daar staan ook de snelheden van de poorten en onder "Werkt het?" de controles die meteen laten zien of alles antwoordt.
Stap Aansluitingen van de Central en van de Remote met meter, met onder "Werkt het?" de live controles.
De kWh-meter: adres en richting
Adres. De Central leest de kWh-meter op adres 1. Staat de meter op een ander adres, vul dat dan op de Central in bij Installatie, stap Aansluitingen, "Adres kWh-meter", en kies Opslaan en herstarten. De omvormer achter de Remote blijft de meter op zijn eigen meteradres vragen.
Richting. Onder "Werkt het?" staat op de Central de kaart kWh-meter nu: afname of teruglevering van dit moment, en per fase het vermogen, de stroom en de spanning. De kaart toont de meter zoals de omvormer hem leest, met de stroomtrafo-factor van de meter meegerekend. Zet een bekend apparaat aan, bijvoorbeeld een waterkoker van ongeveer 2 kW, en kijk terwijl het aan staat: de afname moet dan stijgen. Daalt hij, of staat er teruglevering terwijl er geen zon is, dan krijgt de omvormer de verkeerde richting; meestal zitten de stroomtrafo's of de aansluiting van de meter andersom. Kijk bij twijfel naar het netvermogen op de omvormer zelf.
Omkeren zonder de draden te verleggen. Zet dan kWh-meter omgekeerd aangesloten aan. Afname en teruglevering worden verwisseld, ook de meterstanden; de omvormer en het EMS krijgen meteen de juiste richting, zonder herstart. Of dit met uw kWh-meter werkt, staat in de compatibiliteitslijst. Wordt de meter later goed aangesloten, zet het dan weer uit.
De kaart kWh-meter nu op de Central, met de schakelaar om de richting om te draaien.
Let op Omkeren draait alles om. Zit maar één fase verkeerd om (één stroomtransformator omgekeerd), dan helpt dat niet: draai dan die stroomtransformator om. Per fase ziet u het teken van het vermogen in de kaart.
8. De unit openen: display en lokale pagina
U bedient de ModLink op twee manieren:
Het display met de knoppen OK en MENU. Daarmee kiest u de rol, koppelt u en ziet u de stand en het wachtwoord. Zie hoofdstuk 16.
De lokale pagina in de browser van uw telefoon of laptop. Daar staat alles, ook de installatiestappen en de diagnose. Zie hoofdstuk 17.
Met de telefoon verbinden via het accesspoint
Druk een paar keer op MENU tot het scherm WiFi-QR.
Scan de QR-code met de camera van uw telefoon en verbind met het netwerk Voltagrip-ML-id. U kunt ook het netwerk zelf kiezen en het wachtwoord intikken; dat staat op het label en op het scherm Netwerk.
Staat er "Lang OK: AP aan" op het scherm, dan is het accesspoint uit (de unit zit al op uw WiFi). Houd OK 1,5 seconde ingedrukt: het accesspoint gaat 10 minuten aan.
Vaak opent de telefoon vanzelf de pagina WiFi instellen. Voor de volledige pagina gaat u in de browser naar http://192.168.4.1.
Log in. De gebruiker is al ingevuld (Voltagrip-ML-id). Tik het wachtwoord van het label in en kies Inloggen.
Het scherm WiFi-QR en het scherm Netwerk met de naam en het wachtwoord van het accesspoint.
Inloggen en daarna het Overzicht van de lokale pagina (hier van de Central).
Na vijf keer een verkeerd wachtwoord moet u 30 seconden wachten.
U blijft 12 uur ingelogd, maar na elke herstart van de unit moet u opnieuw inloggen.
Via uw eigen netwerk. Staat de unit op uw WiFi, ga dan naar http://voltagrip-ml-id.local (bijvoorbeeld http://voltagrip-ml-aaaa.local). Werkt die naam niet, gebruik dan het IP-adres. Dat staat op het display (scherm Netwerk, regel 2) en in uw router.
Wanneer gaat het accesspoint vanzelf aan en uit? Het gaat vanzelf aan bij elke start zolang er geen WiFi is ingesteld, als het thuisnetwerk na de start niet binnen een minuut verbinding geeft, en als de WiFi langer dan een minuut wegvalt. Het gaat weer uit als er 10 minuten niemand mee verbonden is, ook als er geen WiFi is. Daarna zet u het weer aan met lang OK op het scherm Netwerk of WiFi-QR (hoofdstuk 16). Staat Accesspoint altijd aan aan (hoofdstuk 10), dan blijft het aan.
9. Rol kiezen
Geef elke unit eerst een rol (zie hoofdstuk 3).
Op de lokale pagina
Ga naar Installatie, stap 1 Rol.
Kies Central, Remote of Remote, alleen EMS.
Bij Central en Remote vraagt de pagina om bevestiging; de unit herstart dan. Daarna gaat het koppelen vanzelf 5 minuten open (hoofdstuk 11).
Bij Remote, alleen EMS gaat u door naar de stap Aansluiten (hoofdstuk 12). De rol wordt pas gezet als de Central de unit heeft toegevoegd.
Stap 1: de rol kiezen.
Op het display
Druk op MENU tot het scherm Rol. Een sterretje staat achter de huidige rol.
Druk kort op OK om naar de volgende rol te gaan: C Central, R Remote meter (Remote met meter), E Remote EMS (Remote alleen EMS) of S geen rol.
Houd OK 1,5 seconde ingedrukt om op te slaan. De unit meldt "Rol opgeslagen" en herstart.
Bij E (Remote alleen EMS) tikt u daarna de code van de Central in op de lokale pagina (hoofdstuk 12); het display heeft geen toetsenbord.
Het scherm Rol en de melding na het opslaan.
Een Remote alleen EMS die nog geen code heeft, en daarna tijdens het aansluiten.
Let op Een gekoppelde unit kan niet van rol wisselen. Wis eerst de koppeling (hoofdstuk 11).
10. WiFi instellen
WiFi is niet nodig voor de verbinding tussen de units: zonder WiFi werkt de ModLink volledig. Met WiFi krijgt de unit updates op afstand, ziet Voltagrip hem in het portaal (zie hoofdstuk 23) en kent hij de juiste tijd. Wij raden WiFi daarom aan.
Ga naar Installatie, stap 2 WiFi, en kies WiFi instellen (of Systeem, kaart WiFi en portaal).
Kies uw netwerk bij "Netwerk", of tik de naam in bij "Of naam handmatig".
Vul het wachtwoord in en kies Opslaan en herstarten.
De unit herstart en verbindt. U bereikt hem daarna via uw eigen netwerk (hoofdstuk 8). Lukt de verbinding niet, dan gaat na een minuut het accesspoint weer aan en kunt u het opnieuw proberen.
De pagina WiFi instellen.
De ModLink werkt alleen met 2,4 GHz-WiFi.
Op het display ziet u de stand op het scherm Status (onderste regel) en op het scherm Netwerk. Op de pagina toont de tegel WiFi "goed" (−70 dBm of sterker), "zwak signaal" of "slecht signaal".
WiFi-gegevens wissen: op dezelfde pagina, WiFi-gegevens wissen. De unit herstart dan als accesspoint.
Tip Geen WiFi op de locatie? Dan werkt alles via het accesspoint van de unit. Het gaat na elke start vanzelf aan en blijft aan zolang er iemand mee verbonden is; na 10 minuten zonder verbinding gaat het uit en zet u het weer aan met lang OK op het display. Wilt u dat het altijd aan blijft, zet dan in Installatie, stap WiFi (of onder Systeem) Accesspoint altijd aan aan en kies Opslaan en herstarten.
11. Central en Remote koppelen
De Central en de Remote met meter vormen samen een paar. Bij het koppelen spreken ze een eigen sleutel, kanaal en netwerknummer af. Beide units hebben al hun rol, staan aan en zijn binnen bereik van elkaar.
Koppelen starten. Na het kiezen van de rol staat het koppelen vanzelf 5 minuten open. Anders: op de pagina Installatie, stap 3 Koppelen, Koppelen starten, of op het display scherm Koppeling en OK 1,5 seconde ingedrukt houden. Doe dit op beide units binnen 5 minuten. De Central zoekt, de Remote wacht.
Controlegetal vergelijken. Zodra ze elkaar vinden, tonen beide units een getal van zes cijfers. Controleer dat het op beide units hetzelfde is.
Bevestigen. Is het getal gelijk, druk dan op OK op het display of kies Klopt op de pagina. Doe dat op beide units; de volgorde maakt niet uit. Is het getal anders, druk dan op MENU of kies Klopt niet.
Klaar. De units bewaren de sleutel en herstarten. Daarna toont het scherm Koppeling "Gekoppeld met" en het id van de andere unit, met het controlegetal.
Koppelen gestart: de Central zoekt, de Remote wacht.
Eerst het controlegetal: druk OK als het op beide units gelijk is. Daarna de stand na het koppelen.
Hetzelfde op de lokale pagina: bevestigen met Klopt, en daarna partner, controlegetal, kanaal en NETID.
Tip Vergelijk het controlegetal op beide units. Bevestig nooit een getal dat verschilt: dan koppelt een unit met een ander apparaat. Breek het koppelen dan af en begin opnieuw.
Vinden de units elkaar niet binnen 5 minuten, dan stopt het zoeken. Start het opnieuw, eventueel met de units dichter bij elkaar.
Koppeling wissen: op de pagina in de stap Koppelen Koppeling wissen, of op het display scherm Koppeling, OK 1,5 seconde, en dan OK. Wis de koppeling op beide units en koppel ze daarna opnieuw.
Let op Wist u de koppeling op de Central, dan vallen ook de Remotes alleen EMS uit het netwerk. Die voegt u daarna opnieuw toe (hoofdstuk 12).
12. Een Remote alleen EMS toevoegen
Een extra omvormer sluit u aan met een Remote alleen EMS. De Central moet al gekoppeld zijn met de Remote met meter.
Op de Central
Ga naar Netwerk en kies Unit toevoegen.
De pagina en het display tonen 10 minuten lang een code van 10 cijfers, bijvoorbeeld 4-123-456-789.
De code op de pagina van de Central.
Dezelfde code op het display van de Central.
Op de nieuwe unit (verbonden via zijn eigen accesspoint, zie hoofdstuk 8)
Ga naar Installatie, stap Rol, en kies Remote, alleen EMS.
Tik in de stap Aansluiten de code van de Central in bij "Code van de Central" en kies Aansluiten.
De unit herstart, zoekt de Central en wisselt een sleutel uit. Dat duurt hooguit 3 minuten.
Gelukt: de unit herstart als Remote alleen EMS (letter E op het display). Op de Central staat hij onder Netwerk.
De code intikken op de nieuwe unit.
Mislukt het, dan herstart de unit terug en toont het Overzicht "Aansluiten is niet gelukt" met de reden. Vraag op de Central een nieuwe code en probeer het opnieuw.
Na vijf verkeerde codes sluit de Central het toevoegen. Start het dan opnieuw.
Verwijderen: op de Central onder Netwerk de Remote aanklikken en Verwijderen kiezen. Wis daarna op die unit zelf ook de koppeling.
Netwerk op de Central: de kaart met de Remotes en wat erop is aangesloten, de EMS-adressen en de gekozen Remote met de knop Verwijderen.
13. Omvormers op poort B
Het EMS spreekt elke omvormer aan op een Modbus-adres. In één netwerk moet elk adres uniek zijn. Daarom heeft elke omvormer op poort B twee adressen:
Adres op de kabel: het adres dat in de omvormer staat ingesteld.
Adres voor het EMS: het adres waaronder het EMS de omvormer vraagt. Meestal is dat hetzelfde.
Een omvormer die het EMS op zijn eigen adres vraagt, vindt de ModLink vanzelf; dan hoeft u niets in te stellen. Zitten er in het netwerk twee omvormers met hetzelfde adres, bijvoorbeeld twee omvormers die via de wifistickpoort allebei op adres 1 antwoorden, geef er dan één een ander adres voor het EMS.
Ga op de Remote naar Installatie, stap Aansluitingen (of naar Diagnose), kaart Omvormers op poort B. De kaart staat er alleen als de EMS-tunnel aan staat.
Kies Omvormer toevoegen en vul in: een naam, het adres op de kabel en het adres voor het EMS. De pagina stelt het eerste vrije adres voor en toont welke adressen in het netwerk al in gebruik zijn.
Kies Testen op kabeladres om te zien of de omvormer antwoordt, en daarna Opslaan.
Stel in het EMS de omvormer in op het adres voor het EMS.
De kaart Omvormers op poort B met twee omvormers op één kabel.
Een omvormer toevoegen.
Voorbeeld: op de Remote BBBB zitten twee omvormers, op kabeladres 2 (adres voor het EMS 2) en op kabeladres 1. Omdat de omvormer achter de Remote CCCC adres 1 al heeft, krijgt de omvormer op kabeladres 1 van BBBB adres 3 voor het EMS.
Per Remote kunnen tot vier omvormers, allemaal op dezelfde snelheid.
Hangen er twee of meer omvormers aan poort B, zet dan SW5 aan (hoofdstuk 7).
Op de Central ziet u onder Netwerk, kaart EMS-adressen, welk adres bij welke Remote hoort. Een adres dat op een Remote is ingesteld, staat daar vast ("ingesteld op"). Een adres kunt u daar ook met de hand vastzetten op een Remote.
14. De verbinding met de omvormer testen
Op een Remote staat onder Diagnose (en in de stap Aansluitingen) de kaart Verbinding met de omvormer (poort B). Deze kaart staat er alleen als de EMS-tunnel aan staat. Bovenaan ziet u of de omvormer antwoordt op de vragen van het EMS.
Kies de snelheid (de ingestelde staat erbij) en kies Test starten. Met het vinkje "Ook andere snelheden proberen" test de unit ook de andere gangbare snelheden.
Per snelheid ziet u wat er terugkwam: een antwoord met de eerste registers, een foutcode (de verbinding werkt, maar de omvormer kent dat register niet), alleen de eigen vraag, onleesbare bytes of niets. Geeft de omvormer geen gewoon antwoord, dan vraagt de unit op dezelfde snelheid ook met de andere leesfunctie (functie 3 of 4), want niet elke omvormer antwoordt op beide. Antwoordt hij alleen op de andere functie, dan staat dat bovenaan de uitslag.
Antwoordt de omvormer op een andere snelheid, dan biedt de pagina een knop om poort B op die snelheid te zetten.
Uitslag van een test: de omvormer antwoordt alleen met A en B omgewisseld.
Zelf instellen: kies het adres op de kabel, het soort register (meetwaarden = functie 4, instellingen = functie 3), het eerste register (hexadecimaal, bijvoorbeeld 0000 of 0x75F5) en het aantal.
Modbus-terminal: stuur een eigen vraag in hex; de CRC voegt de unit zelf toe.
Automatisch: antwoordt de omvormer een minuut niet, dan test de unit zelf, elke 5 minuten en na drie keer niets elke 30 minuten. Antwoordt de omvormer op een andere snelheid, dan zet de unit poort B daarop.
Waarschuwing Met de Modbus-terminal kunt u ook naar de omvormer schrijven (functie 5, 6, 15 en 16). Dat verandert instellingen in de omvormer. Doe dit alleen als u precies weet wat u doet; de pagina vraagt eerst om bevestiging.
A en B omgewisseld. Komt er niets bruikbaars terug, dan probeert de unit dezelfde vraag met A en B omgedraaid. Antwoordt de omvormer dan wel, dan zitten de draden verkeerd om. De ModLink herkent dat ook bij de kWh-meter en aan de rusttoestand van de kabel. U ziet dan de melding "A en B omgewisseld" en in de stap Aansluitingen een rood kruis bij "A en B goed aangesloten". De unit draait de draden niet zelf om: draai bij dat apparaat de twee draden om.
De melding op het Overzicht.
Let op Een omvormer met A en B verkeerd om kan de hele kabel storen, ook voor een andere omvormer op dezelfde kabel.
15. Eindcontrole en oplevering
Kies op elke unit Installatie, stap 5 Eindcontrole. Alles op een rij: pas als alle regels groen zijn, meldt de pagina "De installatie is klaar". Anders staat erbij wat nog moet.
De eindcontrole van een Remote met meter.
Controleer voor de oplevering:
Op elke unit zijn alle regels groen, en het Overzicht meldt "Alles werkt".
De Central: "kWh-meter antwoordt", "EMS vraagt" en "Remote hoort ons". Onder Netwerk hebben alle Remotes een groene stip.
De Remote met meter: "Omvormer vraagt meterwaarden" en "Meterwaarden van de Central". Controleer de richting van de kWh-meter met de kaart kWh-meter nu op de Central (hoofdstuk 7) en op de omvormer dat het netvermogen klopt.
De Remote alleen EMS: "Beurten van de Central".
Is er geen EMS? Zet dan de EMS-tunnel uit op de Central en op de Remote met meter (stap Aansluitingen). Stuurt het EMS de omvormer achter de Remote met meter niet? Zet de tunnel dan alleen op die Remote uit. Anders blijft "EMS vraagt" of "EMS-poort omvormer antwoordt" open staan.
Een Remote alleen EMS werkt alleen met de EMS-tunnel aan. Staat de tunnel uit, dan is "Omvormer antwoordt op poort B" rood.
Elke Remote met omvormers: "Omvormer antwoordt op poort B" of "EMS-poort omvormer antwoordt".
In het EMS zijn alle omvormers te zien onder hun adres voor het EMS.
De afsluiting staat goed (SW5 aan bij twee of meer omvormers op poort B).
Deksels dicht, schroeven en wartels vast.
Noteer per unit het id, de rol, de plek en de adressen voor het EMS, en geef de gebruiker deze handleiding.
Deel CGebruik en onderhoud
16. Het display
Het display toont in één oogopslag hoe de unit ervoor staat. U bedient het met de knoppen OK en MENU.
Knop
Kort indrukken
Lang indrukken (1,5 seconde)
MENU
naar het volgende scherm
terug naar het scherm Status
OK
op het scherm Rol: de volgende rol; bij een vraag: ja
de actie van het scherm (staat onderaan het scherm)
De schermen komen in deze volgorde: Status, Koppeling, Netwerk, WiFi-QR en Rol. Daarna begint het weer bij Status.
Rechtsboven staat het id van de unit en de rol: C = Central, R = Remote met meter, E = Remote alleen EMS, S = nog geen rol.
Na 10 minuten zonder knopdruk gaat het display uit, zodat het niet inbrandt. De eerste druk op een knop zet het weer aan en doet verder niets.
Bij het koppelen, bij het toevoegen van een unit en tijdens een firmware-update gaat het display vanzelf aan.
Na een actie staat 2,5 seconde een korte melding in beeld, bijvoorbeeld "Accesspoint aan".
Werkt het display niet, houd dan OK 3 seconden ingedrukt: het accesspoint gaat aan. Het controlegetal bevestigt u dan op de pagina.
Opstartscherm
Na het inschakelen staat 2,5 seconde het opstartscherm met de firmwareversie.
Het opstartscherm.
Status
Het scherm Status van de Central, de Remote met meter en de Remote alleen EMS.
Regel
Central (C)
Remote met meter (R)
Remote alleen EMS (E)
1
id van de Remote en het signaal waarmee de Central hem hoort
id van de Central en het signaal
id van de Central en het signaal
2
"Meter: antwoordt" of "Meter: GEEN ANTWOORD"
hoe oud de meterwaarde is, "Meterwaarde TE OUD" of "Meterwaarde: geen"
"Remote: alleen EMS"
3
hoe goed de Remote de Central hoort
"Meter bij C: ok" of "Meter bij C: WEG"
"Beurten: ok", hoe lang de laatste beurt geleden is, of "Nog geen beurt"
4
WiFi: signaal en "cloud ok", "Accesspoint aan", "WiFi niet verbonden" of "Geen WiFi ingesteld"
idem
idem
onder
firmwareversie en hoe lang de unit aan staat
idem
idem
Een nieuwe unit zonder rol, en een unit met een rol die nog niet gekoppeld is.
Staat de radiomodule niet goed (niet op kanaal 24 of niet op de laagste vermogensstand), dan toont Status "RADIO UIT" met de reden. De unit zendt dan niet; neem contact op met Voltagrip.
Koppeling
Toont de stand van het koppelen (hoofdstuk 11). Gekoppeld: het id van de andere unit en het controlegetal. Lang OK start het koppelen, of vraagt (als de unit gekoppeld is) of u de koppeling wilt wissen. Op de Central staat hier ook de code als u een unit toevoegt.
Niet gekoppeld, en de vraag of u de koppeling wilt wissen (OK = ja, MENU = nee).
Netwerk en WiFi-QR
Het scherm Netwerk toont het WiFi-netwerk, het IP-adres en het signaal, en de naam en het wachtwoord van het accesspoint. Het scherm WiFi-QR toont de QR-code om met de telefoon te verbinden. Lang OK zet op beide schermen het accesspoint aan. Het gaat weer uit als er 10 minuten niemand mee verbonden is, ook zonder WiFi. Staat Accesspoint altijd aan aan, dan blijft het aan. De melding op het scherm zegt welke van de twee: "10 minuten" of "blijft aan".
Het scherm Netwerk en de melding na lang OK.
Rol
Zie hoofdstuk 9.
17. De lokale pagina
De lokale pagina heeft vijf onderdelen. Op een laptop staat het menu bovenaan, op een telefoon onderaan.
Onderdeel
Wat u er vindt
Overzicht
in één zin hoe het gaat, tegels per aansluiting, snel regelen en de laatste gebeurtenissen
Installatie
de vijf stappen: Rol, WiFi, Koppelen (of Aansluiten), Aansluitingen en Eindcontrole
Netwerk
op de Central: de kaart van het netwerk, de EMS-adressen, en units toevoegen of verwijderen. Op een Remote: bij welke Central hij hoort
Diagnose
radioverbinding (met het kanaal en de zendtijd), kWh-meter of meterspiegel met de waarden van dit moment, EMS-tunnel, radiomodule, omvormers op poort B, verbindingstest en het logboek
Systeem
id, rol, firmware, de naam van de unit, herstarten, toegang en wachtwoord, WiFi en accesspoint, firmware bijwerken, licenties en fabrieksinstellingen
De kleur van de melding bovenaan het Overzicht: groen = alles werkt, geel = let op, rood = storing, grijs = nog niet ingesteld. Op een telefoon staat dezelfde stand rechtsboven.
Diagnose, kaart Radioverbinding, en Systeem met de toegangsgegevens.
Naam geven: onder Systeem, "Naam van deze unit", en Opslaan en herstarten. De naam wordt ook de netwerknaam: daarna bereikt u de unit op http://naam.local, en niet meer op de oude naam.
Herstarten: onder Systeem, kaart Deze unit, Herstarten. De verbinding valt dan ongeveer 15 seconden weg.
Logboek: onder Diagnose, kaart Logboek, met Downloaden (en Ouder deel als het logboek al is doorgeschoven). Stuur die bestanden mee als u Voltagrip om hulp vraagt.
Tellers wissen (Diagnose) zet de tellers op nul; het logboek blijft staan.
Licenties: onder Systeem staat de lijst met opensourcesoftware en de licentieteksten (hoofdstuk 26).
18. Meldingen en storingen
Melding
Wat er aan de hand is
Wat u doet
De kWh-meter antwoordt niet (display Central: "Meter: GEEN ANTWOORD")
de Central krijgt geen antwoord van de meter
kabel naar poort A (klem 3, 4, 5) en A/B controleren, voeding van de meter, adres 1 en 9600 baud in de meter
De kWh-meter bij de Central antwoordt niet (display Remote: "Meter bij C: WEG")
zelfde storing, gezien vanaf de Remote
zie hierboven, bij de Central
Geen contact met Remote id
de Central hoort de Remote niet
staat de Remote aan, is hij binnen bereik, is de koppeling niet gewist?
Remote id reageert niet
een Remote alleen EMS antwoordt niet op zijn beurten
zie hierboven
De omvormer vraagt geen meterwaarden
er komen geen vragen van de omvormer op poort A van de Remote
kabel naar de meteringang en A/B, meteradres en snelheid (stap Aansluitingen), meterfunctie in de omvormer aan
Geen meterwaarden van de Central (display: "Meterwaarde TE OUD" of "Meterwaarde: geen")
de radioverbinding naar de Central is weg
staat de Central aan, is het signaal goed?
Meterwaarden soms te laat
een deel van de meterwaarden komt te laat aan
signaal verbeteren: antenne rechtop, units hoger of verder van metaal
Geen beurten van de Central (display: "Beurt … s geleden!" of "Nog geen beurt")
de Remote alleen EMS hoort de Central niet
bereik en voeding van de Central
EMS krijgt niet alles
minder dan 95 % van de vragen van het EMS kreeg de laatste minuut antwoord
Diagnose, EMS-tunnel: welke omvormer antwoordt niet? Signaal en kabel controleren
A en B omgewisseld
de draden van een poort zitten verkeerd om; deze melding gaat voor een storing die er het gevolg van is
bij dat apparaat de twee draden omdraaien (hoofdstuk 14)
Radio uit (display: "RADIO UIT")
de radiomodule staat niet op kanaal 24 of niet op de laagste vermogensstand, of is niet uit te lezen; de unit zendt niet
contact opnemen met Voltagrip
Zwak WiFi-signaal
WiFi zwakker dan −80 dBm
alleen het portaal en updates hebben last; de radioverbinding niet. Zet de unit of de router anders
Net gestart
de unit is net opgestart
een minuut wachten
Aansluiten is niet gelukt
een nieuwe Remote alleen EMS vond de Central niet, of de code klopte niet
nieuwe code vragen op de Central en opnieuw proberen
Zo ziet een storing er op het Overzicht uit.
Andere problemen
Display zwart: druk op een knop; na 10 minuten gaat het display uit. Blijft het zwart, controleer dan de voeding.
De pagina opent niet: controleer dat de telefoon met het accesspoint van de unit is verbonden en ga naar http://192.168.4.1. Werkt de naam .local niet op uw netwerk, gebruik dan het IP-adres van het display.
Wachtwoord geweigerd: let op het verschil tussen letters en cijfers; het wachtwoord heeft geen 0, O, 1 of I. Na vijf pogingen 30 seconden wachten.
WiFi valt weg: krijgt de unit 10 minuten geen contact met het portaal terwijl de WiFi verbonden lijkt, dan verbindt hij zelf opnieuw. Is de WiFi langer dan een minuut weg, dan gaat het accesspoint aan, tot er 10 minuten niemand mee verbonden is.
Komt u er niet uit, neem dan contact op met uw installateur of met Voltagrip (hoofdstuk 21). Houd het id van de unit bij de hand en stuur het logboek mee.
19. Firmware-updates
Via het Voltagrip-portaal: met WiFi krijgt de unit updates op afstand. U hoeft daar niets voor te doen.
Lokaal: ga naar Systeem, kaart Firmware en meer. Kies bij "Updatebestand" het bestand van Voltagrip (eindigt op .update.bin) en kies Firmware bijwerken. De knop toont hoe ver het uploaden is.
Systeem: firmware bijwerken, licenties en fabrieksinstellingen.
Tijdens een update neemt het display het over: eerst downloaden of ontvangen, dan de controle van de handtekening, installeren en herstarten. Schakel de unit in die tijd niet uit. Na de herstart draait de nieuwe versie een minuut op proef. Valt de spanning in die minuut weg, dan gaat de unit terug naar de vorige versie. Daarna ziet u "Update klaar".
Downloaden, proefdraaien, update klaar, en een update die werd geweigerd (de oude versie blijft).
De unit neemt alleen firmware aan die Voltagrip heeft ondertekend. Een ander bestand weigert hij; de oude versie blijft dan staan.
De units van een netwerk mogen een tijd verschillende versies hebben; de volgorde van bijwerken maakt niet uit.
De versie staat op het opstartscherm, onderaan het scherm Status en onder Systeem.
20. Unit vervangen, verwijderen of wissen
Remote alleen EMS vervangen: verwijder de oude op de Central (Netwerk, Verwijderen) en voeg de nieuwe toe met een code (hoofdstuk 12). Stel daarna de omvormers op poort B weer in.
Central of Remote met meter vervangen: wis de koppeling op de unit die blijft en koppel de nieuwe (hoofdstuk 11). Vervangt u de Central, voeg dan ook de Remotes alleen EMS opnieuw toe.
Fabrieksinstellingen: onder Systeem, kaart Fabrieksinstellingen. Typ ter bevestiging het unit-id en het wachtwoord van het label en kies Fabrieksinstellingen herstellen. De unit wist de rol, de WiFi-gegevens, de koppeling (op een Central ook de Remotes alleen EMS), de omvormerlijst, de bloklijst en het logboek, en herstart zonder rol en met het accesspoint aan. Het wachtwoord van het label en de registratie bij Voltagrip blijven.
Unit doorgeven of afvoeren: zet de unit eerst terug naar de fabrieksinstellingen, zodat de volgende gebruiker niet bij uw netwerk kan.
Deel DRegelgeving en garantie
21. Fabrikant en contact
Voltagrip B.V., Handelsweg 3, 7251 JG Vorden, Nederland
Heeft u een vraag over uw installatie, neem dan eerst contact op met uw installateur.
22. Radio
De ModLink heeft twee radio's.
Radio
Frequentie
LoRa (433 MHz)
434,125 MHz, in de band 433,050–434,790 MHz
WiFi
2400–2483,5 MHz
De ModLink is bedoeld voor gebruik in Nederland.
De radio gebruikt alleen het kanaal 434,125 MHz en de laagste vermogensstand van de radiomodule; die liggen vast in de firmware. De unit controleert de radiomodule bij elke start en zendt geen berichten als die anders staat. Andere radio-instellingen kan alleen Voltagrip wijzigen, met een fabrikantcode per unit.
De radioverbinding gebruikt een vrije band die ook door andere apparaten wordt gebruikt. Een storing van buitenaf is daarom nooit helemaal uit te sluiten (zie hoofdstuk 2).
23. Gegevens en privacy
Welke gegevens de ModLink verwerkt, wat Voltagrip daarvan ontvangt, waarvoor en hoe lang, staat in het privacy statement.
Meterwaarden en waarden van de omvormers gaan niet naar Voltagrip. Na het koppelen gaan ze versleuteld van unit naar unit.
Staat de unit op uw WiFi, dan meldt hij zich bij het Voltagrip-portaal met gegevens over de unit en de verbinding, voor beheer, storingen en updates.
Zonder WiFi gaan er geen gegevens het huis uit.
24. Beveiliging en updates
Radio: na het koppelen versleuteld met AES-128-GCM, met een teller tegen het herhalen van berichten. Meeluisteren, vervalsen en herhalen lukt daardoor niet. Bij het koppelen gaan alleen publieke sleutels over de lucht, en vergelijkt u op beide units een controlegetal; wijkt dat af, dan koppelt een unit met een ander apparaat.
Lokale pagina: alleen met het wachtwoord van het label. Na vijf verkeerde pogingen volgt een pauze van 30 seconden. Die beveiliging uitzetten kan alleen Voltagrip. De pagina gebruikt geen HTTPS: gebruik hem alleen in uw eigen netwerk en zet hem nooit open naar internet (geen port forwarding).
Radio-instellingen: alleen met de fabrikantcode van Voltagrip, per unit anders; kanaal en zendvermogen liggen ook dan vast.
Accesspoint: WPA2 met het wachtwoord van het label.
Portaal: versleutelde verbinding (TLS met certificaatcontrole); elk bericht is ondertekend met een geheim per unit.
Firmware: alleen ondertekend door Voltagrip. Overleeft een nieuwe versie de eerste minuut niet, dan gaat de unit terug naar de vorige.
De unit zelf: wie de unit in handen heeft, kan het wachtwoord uitlezen. Plaats de unit daarom waar onbevoegden er niet bij kunnen.
Voltagrip levert minstens vijf jaar na levering beveiligingsupdates (leveringsvoorwaarden, artikel 9). Vindt u een zwakke plek in de beveiliging, meld die dan aan security@voltagrip.nl. Wij bevestigen uw melding binnen vijf werkdagen.
25. Garantie en aansprakelijkheid
Op de ModLink zit twee jaar fabrieksgarantie vanaf de levering aan de eindgebruiker, voor installaties in Nederland. De voorwaarden staan in artikel 11 van de leveringsvoorwaarden.
De garantie geldt onder meer niet bij een onjuiste installatie of aansluiting, gebruik in strijd met deze handleiding of buiten de technische gegevens, overspanning, blikseminslag of vocht, en het openen van de behuizing verder dan de deksel over de klemmen.
Meld een gebrek bij uw installateur of bij Voltagrip (info@voltagrip.nl), met het aankoopbewijs, het serienummer van de typeplaat en een omschrijving. Stuur een unit pas op na een retourinstructie van Voltagrip.
De firmware bevat ook opensourceonderdelen, elk met een eigen licentie. De lijst met de licentieteksten staat op de unit: lokale pagina, Systeem, Licenties. Wat daarvoor verder geldt, staat in de leveringsvoorwaarden, artikel 9.
27. Afvoeren
Het symbool van de doorgekruiste afvalbak op de typeplaat betekent: dit apparaat hoort niet bij het huisvuil. Lever het in bij een inzamelpunt voor elektrische apparaten van uw gemeente of bij de winkel of installateur. Zet de unit vooraf terug naar de fabrieksinstellingen (hoofdstuk 20). Zit er een knoopcel in de unit, lever die dan apart in bij een inzamelpunt voor batterijen.